Regeling verkiezing ambtsdragers

NOOT: In deze regeling wordt onder kerkenraad verstaan: de kerkenraad waar ook de diakenen bij aanwezig zijn;

Van de Gereformeerde Kerk te Dordrecht (vastgesteld in de vergadering van de kerkenraad van 3 december 1984 en laatst gewijzigd in de vergadering van de kerkenraad van 23 maart 2015).

Artikel 1
De ambtsdragers zullen tot hun ambt worden geroepen door de kerkenraad, met medewerking van de gemeente en met inachtneming van deze door de kerkenraad vastgestelde regeling.

Artikel 2
In de maand maart of uiterlijk april wordt aan de gemeente meegedeeld, welke ambtsdragers zullen aftreden. Tevens worden de mannelijke en vrouwelijke leden van de gemeente die in het bezit zijn van de volle rechten van het lidmaatschap, gedurende tenminste een week in de gelegenheid gesteld, per ondertekende brief en liefst met redenen omkleed, de aandacht van de kerkenraad te vestigen op broeders die zij geschikt achten voor het ambt van ouderling of diaken. Bij de afkondiging van de kansel zal deze gewichtige zaak in het gebed van de gemeente aan de Heere worden opgedragen.

Artikel 3
De kerkenraad kan onderscheid aanbrengen bij de verdeling van taken onder ouderlingen en diakenen. Bij de vervulling van een vacature voor een ouderling of diaken met een bijzondere taak (b.v. jeugdouderling, lid van moderamen) kan de kerkenraad conform artikel 2 de gemeente de gelegenheid geven de aandacht te vestigen op broeders die zij geschikt achten voor de vervulling van deze bijzondere taak.

Artikel 4
De kerkenraad maakt uit de opgegeven namen, waar hij nog andere namen aan kan toevoegen, een groslijst op. Hierop komen na bespreking de namen van geschikt geachte kandidaten voor ouderling of diaken. Uit deze groslijst worden zo nodig door schriftelijke stemming de definitieve lijsten samengesteld. De kerkenraad kan bij de vaststelling van de definitieve lijsten onderscheid maken tussen ouderlingen en diakenen met en zonder een bijzondere taak. Op de lijsten zullen zo mogelijk dubbel zoveel namen voorkomen als er vacatures zijn te vervullen, opdat de gemeente het halve deel hiervan kan kiezen. Bij het plaatsen van namen op deze lijsten zal het bepaalde in artikel 10 in rekening worden gebracht, dat twee zittingsperioden zoveel mogelijk door twee jaar onderbroken zullen worden, tenzij het voor de gemeente wenselijk geacht wordt, dat de desbetreffende broeder(s) eerder tot het ambt geroepen word(t)(en).
Aansluitend in dezelfde vergadering wordt bepaald wanneer de stemming door de gemeente plaats zal hebben. Deze stemming kan evenwel niet eerder worden gehouden dan in de tweede week na afkondiging van de kandidatenlijsten. Indien mogelijk worden de namen van de kandidaten voor de stemming in het mededelingenblad gepubliceerd. In bijzondere omstandigheden kan de kerkenraad zoveel personen als voor de vervulling van elk ambt nodig zijn, aan de gemeente voorstellen.
De gekandideerde broeders zullen van hun kandidatuur op de hoogte gesteld worden vóór afkondiging aan de gemeente.

Artikel 5
De kerkenraad roept de gemeente op de door hem vastgestelde en tevoren tijdig bekend gemaakte tijd en plaats samen in een vergadering. Deze vergadering wordt zoveel mogelijk op een zondag direct na afloop van de ochtenddienst gehouden. In de ochtenddienst, danwel voorafgaand aan de vergadering zelf zal de vergadering in het gebed van de gemeente aan de Here worden opgedragen. De preses vangt de vergadering aan door de stemmingsprocedure uit te leggen en de kandidatenlijsten voor te lezen. Daarna wordt de stemming gehouden met gebruikmaking van door de kerkenraad aan elk van de stemgerechtigde leden uitgereikte stembriefjes. Stemgerechtigd zijn de belijdende leden van de gemeente die in het bezit zijn van de volle rechten van het lidmaatschap.
Aan stemgerechtigde leden die de vergadering beslist niet bij kunnen wonen zal gelegenheid gegeven worden hun stem per ondertekende brief vroegtijdig bij scriba 2 in te leveren. Het al of niet aanvaarden van een schriftelijke stem wordt bepaald door een commissie van drie kerkenraadsleden. De preses zorgt dat, via presentielijsten, nauwkeurig wordt opgenomen het aantal stemgerechtigden dat deel neemt aan de stemming en het aantal stemmen dat is uitgebracht op elk van de kandidaten. De telling van de stemmen vindt buiten de vergadering plaats in een vergadering van de stemcommissie, bestaande uit de 2e preses, scriba 1, scriba 2 en twee gemeenteleden, eventueel ondersteund door één of meer telcommissies, waarin elk twee kerkenraadsleden en twee gemeenteleden zitting hebben. De uitslag van de stemming wordt voor de aanvang van de middagdienst bekendgemaakt. In het gebed van de gemeente in de middagdienst wordt de Here gedankt voor de stemming en de uitslag daarvan.
Formele bezwaren tegen de wijze waarop de stemming werd gehouden, dienen binnen 24 uur na het einde van de vergadering worden ingebracht; daarna kunnen zij niet meer in overweging genomen worden. Eventueel ingebrachte bezwaren worden in de eerstvolgende kerkenraadsvergadering afgehandeld. Van de vergadering en de hierop volgende telling van de stemmen, worden notulen opgemaakt, die op de gebruikelijke wijze worden vastgesteld en bij de notulen van de kerkenraad gevoegd.

Artikel 6
Bij de telling van de stemmen worden blanco briefjes en briefjes van onwaarde als niet uitgebracht aangemerkt; bij verkiezing van meer dan één kandidaat worden bij elk briefje, dat minder namen aanwijst dan personen moeten worden gekozen, zoveel blanco stemmen  toegevoegd, dat het totaal overeenkomt met het aantal te verkiezen personen; al deze toegevoegde blanco stemmen worden als niet uitgebrachte stemmen aangemerkt. Bij stemming uit een tweetal is gekozen wie de meeste van de geldige stemmen op zich heeft verenigd. Bij meervoudige stemming worden gekozen geacht wie de meeste van het aantal geldige stemmen op zich hebben verenigd.

Artikel 7
Hebben kandidaten een gelijk aantal stemmen op zich verenigd, dan wordt de oudste in leeftijd benoemd; is er geen verschil in leeftijd, dan zal de kerkenraad na aanroeping van de naam van de Here een beslissing zoeken door het lot.

Artikel 8
De kerkenraad vergadert voor de op de dag van stemming volgende zondag ter benoeming van de gekozenen. Hij geeft zo spoedig mogelijk aan de benoemden kennis van hun benoeming. Ingeval een benoemde bezwaar maakt zijn roeping op te volgen zal de kerkenraad zo spoedig mogelijk vergaderen om het geopperde bezwaar te onderzoeken. Keurt hij de redenen geldig dan zal hij de betrokken broeder van zijn benoeming ontheffen en hiervan mededeling doen aan de gemeente. Was de ontheven broeder gekozen uit een tweetal, dan zal de kerkenraad een nieuwe verkiezing uitschrijven. Was de ontheven broeder gekozen uit een viertal of meer, dan zal de kerkenraad diegene aan de gemeente voorstellen die dan de meeste stemmen op zich verenigde, indien het aantal stemmen minimaal de helft plus een heeft bedragen, of een nieuwe verkiezing uitschrijven.

Artikel 9
De kerkenraad zorgt, dat de namen van hen die tot ambtsdrager zijn benoemd, op twee zondagen die aan de bevestiging voorafgaan aan de gemeente worden voorgesteld om door haar te worden goedgekeurd. Indien geen wettig bezwaar wordt ingebracht, worden de benoemden op de hiervoor door de kerkenraad vastgestelde zondag in een openbare samenkomst van de gemeente bevestigd met gebruikmaking van het formulier dat voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen is vastgesteld.

Artikel 10
De zittingsperiode van de ambtsdragers is drie jaar. In bijzondere gevallen is verlenging met een jaar mogelijk. Twee zittingsperioden zullen zoveel mogelijk door twee jaar onderbroken worden. Bij verkiezing van een aftredende ambtsdrager volgt opnieuw bevestiging (zie art. 23 K.O.). Bij tussentijdse vacatures beslist de kerkenraad wanneer daarin zal worden voorzien. Bij tussentijdse verkiezingen houdt de kerkenraad zich (met wijziging van tijdsaanduiding) aan deze regeling. Tussentijds benoemde ambtsdragers worden zo spoedig mogelijk in het ambt bevestigd.

Artikel 11
In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de kerkenraad. Is de kerkenraad van oordeel, dat in deze regeling enige wijziging moet worden aangebracht, dan maakt hij dit - tenminste een maand voor de in artikel 2 genoemde mededeling - bekend aan de gemeente.


ONDERTEKENINGSFORMULIER AMBTSDRAGERS

Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die door de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Wij beloven de gemeente voor te gaan in het spreken en leven vanuit dit ene evangelie. Wij beloven de waarheid van Gods woord openlijk uit te dragen, en te handhaven tegenover misleidende denkbeelden die binnen de kerk of uit de wereld opkomen. Wanneer wij op een onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, en onze moeite niet kan worden weggenomen, zullen wij onze bezwaren ter beoordeling voorleggen aan de kerkelijke vergaderingen. Wanneer er vragen rijzen over onze eigen opvattingen of gedragingen, zijn wij eveneens bereid om ons tegenover de kerkelijke vergaderingen te verantwoorden. Wij zullen ons in beide gevallen houden aan de aanwijzingen van de kerkelijke vergaderingen.