Voor het goed functioneren van het gemeentelijk leven en de ambtelijke bearbeiding is het nodig enkele regels te geven.


AANVRAAG DOOPBEDIENING

De aanvraag voor de bediening van de Heilige Doop dient rechtstreeks te worden gedaan bij de predikant. Bij diens afwezigheid kan men zich wenden tot scriba 2.

AANVRAAG KERKELIJKE HUWELIJKSBEVESTIGING

Voordat men een datum afspreekt waarop een huwelijk zal worden voltrokken en de zaken die daarmee verband houden regelt, is het gewenst om eerst overleg te plegen met de predikant (of bij diens afwezigheid met scriba 2). Dit voorkomt mogelijk teleurstelling of noodzaak tot wijziging. Indien gewenst regelt scriba 2 een en ander met de koster en de eerste organist.
(Onder)trouwkaarten dienen gezonden te worden aan scriba 1 (kerkenraad), de predikant en het kerkelijk bureau.
De kerkenraad verzoekt bruidsparen zo veel als mogelijk is, de huwelijksbevestiging te laten plaatsvinden in een zondagse eredienst, zodat ook werkelijk ‘voor God en zijn gemeente’ het jawoord kan worden gegeven.


DEELNAME AVONDMAAL

Zie Eredienst/Avondmaal vieren.

AANDACHTSPUNTEN MET BETREKKING TOT DE INVULLING VAN BIJZONDERE EREDIENSTEN (vastgesteld in de vergadering van de kerkenraad met de diakenen 18 januari 1999)

  • De kerkenraad is verantwoordelijk voor de invulling van de erediensten en richt zich naar de Orden van Dienst, o.a. beschreven in het Gereformeerd Kerkboek.
  • In de eredienst kunnen naast de psalmen alleen gezangen worden gezongen die zijn vastgesteld door de synode (vgl. art. 67 K.O.).
  • In het voorjaar van 2005 besloot de kerkenraad koorzang van psalmen en van door de synode vastgestelde gezangen toe te staan in erediensten met een bijzonder karakter.
  • De organist/pianist behoort lid te zijn van één van de Gereformeerde kerken, bij voorkeur van de Gereformeerde kerk te Dordrecht.
  • De muziek voor, na en tijdens de eredienst moet passen in de stijl van de gereformeerde liturgie.
  • Het is mogelijk de tijd voor en na de eredienst op een aangepaste wijze in te vullen, mits dit schriftelijk en tijdig bij de liturgiecommissie wordt aangevraagd. Wanneer teksten gezongen worden, moeten muziek en tekst bij de aanvraag ingesloten worden.De liturgiecommissie zal deze aanvraag overwegen en indien nodig advies uitbrengen aan kerkenraad. Over een bijzonder voorstel beslist uiteindelijk de kerkenraad.
  • Er moet rekening gehouden worden met betaling van een vergoeding voor de organist/pianist.
  • Het is mogelijk naast het orgel andere instrumenten te gebruiken, mits hierover overleg met de liturgiecommissie heeft plaatsgevonden.


AANVRAAG ATTESTATIE

Aanvragen van attestatie i.v.m. verhuizing naar een andere gemeente van ons kerkverband dienen een maand van tevoren bij het kerkelijk bureau te worden gedaan (zie gegevens op pagina 5 in de gemeentegids). Deze moeten namelijk worden opgesteld en door scriba 2 en predikant worden ondertekend. Bovendien is goedkeuring van de gemeente vereist, waarvoor tijdige afkondiging nodig is. Belijdenisattestatie en ook gezinsattestatie waarop doopleden vermeld staan, worden persoonlijk meegegeven of naar het nieuwe adres gestuurd. De bedoeling is dat men deze inlevert bij de kerkenraad van de gemeente waar men zich gaat vestigen. Doopattesten worden op aanvraag door de kerkenraad rechtstreeks toegezonden aan de kerkenraad van de nieuwe gemeente.


REGELING VOOR HET GASTLIDMAATSCHAP VAN JONGEREN

Definitie van de gebruikte begrippen:
- jongere: een niet-gehuwd dooplid of belijdend lid in de leeftijd tussen ongeveer 16 en 25 jaar;
- thuiskerk: de kerk waar de jongere zijn/haar ouderlijk huis heeft en/of waaruit hij/zij afkomstig is;
- gastkerk: de kerk waarvan de jongere gastlid is, dat wil zeggen: naar keus de thuiskerk of de kerk van de plaats waar de
jongere studeert of werkt;
- attestatie: kerkelijke attestatie waarbij de betrokkene lid wordt van de geadresseerde kerk;
- verblijfsattestatie: kerkelijke attestatie waarbij de betrokkene een positie als gast krijgt in de geadresseerde kerk.
1. Wanneer een jongere verhuist naar een adres dat valt binnen het ressort van een zusterkerk in Nederland, terwijl hij/zij tegelijk toch ook regelmatig in de plaats van herkomst zal verblijven, dan zal de kerkenraad hem/haar de 'Regeling voor het gastlidmaatschap voor jongeren' ter hand stellen. Aan de hand daarvan zal erover gesproken worden welke attestatie van toepassing is op die jongere.
Wanneer het zwaartepunt van kerkelijk meeleven elders komt te liggen, zal een attestatie worden aangevraagd; wanneer het zwaartepunt van kerkelijk meeleven in de thuiskerk blijft, zal een verblijfsattestatie worden afgegeven.
2. In de kerk waarvan de jongere lid is, heeft hij/zij alle rechten en plichten die verbonden zijn aan het dooplidmaatschap of belijdend lidmaatschap.
3. De kerkenraad van de kerk waar de jongere lid is, heeft de ambtelijke eindverantwoordelijkheid in het toezicht. Daar vindt ten minste het jaarlijkse huisbezoek plaats. Eventuele censuur wordt zo spoedig mogelijk gemeld aan de gastkerk. Indien twee verantwoordelijke ouderlingen van de gastkerk van oordeel zijn dat vermaan en/of tucht nodig zijn, zullen zij dit aan de andere betrokken kerk berichten.
4. De verblijfsattestatie voor deze jongere houdt in, dat hij/zij in de gastkerk mag delen in alles wat het gemeenteleven te bieden heeft, zoals o.m.:
a. hij/zij wordt welkom geheten in het kerkblad en krijgt als gastlid een plaats in het handboekje; hij/zij krijgt het kerkblad en wordt uitgenodigd voor activiteiten van de kerk waarvan hij/zij gastlid is;
b. als dooplid kan worden deelgenomen aan het catechetisch onderwijs, als belijdend lid kan worden deelgenomen aan het heilig avondmaal;
c. een ouderling zal met hem/haar kennismaken en contact met hem/haar onderhouden, al naar gelang de situatie dit vraagt.
5. Wordt er een attestatie uitgeschreven, dan noteert de kerk die de attestatie afgeeft deze jongere voor zichzelf meteen als gastlid. Op de attestatie wordt dit aangetekend, zodat de ontvangende kerk hiermee rekenen kan.
6. Wordt er een verblijfsattestatie uitgeschreven, dan wordt de jongere hiermee aan de ontvangende kerk gepresenteerd om hem/haar gastvrij te ontvangen en op de afgesproken wijze naar hem/haar om te zien.
7. Een belijdend lid krijgt zelf naar artikel 63 K.O. zijn/haar verblijfsattestatie mee, terwijl zijn/haar kerkenraad daarvan bericht geeft aan de gastkerk.
8. Voor een dooplid zal de verblijfsattestatie worden opgestuurd naar de gastkerk. De thuiskerk zal, zo veel als mogelijk is, er zorg voor dragen dat de verblijfsattestatie van een dooplid of een doopattest de desbetreffende zusterkerk vóór het begin van het nieuwe catechisatieseizoen bereikt.
9. Wanneer in de loop van de tijd het zwaartepunt van kerkelijk meeleven verschuift van de thuiskerk naar de gastkerk, is het mogelijk alsnog een attestatie aan te vragen en dus in de thuiskerk gastlid te worden.
10. De verblijfsattestatie zal telkens voor één jaar geldig zijn. Eén keer per jaar zal de kerkenraad met betrekking tot jongeren die gebruikmaken van de regeling van het gastlidmaatschap nagaan of de (verblijfs)attestaties en de gegevens daarvan nog actueel zijn.


AANSTAANDE MILITAIREN, VARENDEN EN TIJDELIJK BUITENLANDVERBLIJF

Enkele weken voor men als militair wordt uitgezonden of gaat varen of tijdelijk in het buitenland verblijft, dient men hiervan mededeling te doen aan de predikant (resp. scriba 2). Dan wordt een afspraak gemaakt voor een gesprek waarbij de nodige kerkelijke papieren worden overhandigd (o.a. een verblijfsattest).


KENNISGEVING BIJZONDERE GEBEURTENISSEN

Van ziekte, opname in of vertrek uit een ziekenhuis, geboorte en dergelijke wordt kennis gegeven aan de predikant (en eventueel aan de wijkouderling/-diaken). Ook wordt gevraagd om bij schriftelijke kennisgeving van geboorte, verhuizing, huwelijk en overlijden scriba 1 en het kerkelijk bureau aan te schrijven.


MEDEDELINGENBORD EN POSTVAKKEN

Voor de goede orde is aan het gebruik van het mededelingenbord en de postvakken in de hal van de kerk een beperking gesteld. Als vuistregel wordt gehanteerd dat zij gebruikt kunnen worden voor alle zaken die het gereformeerde leven betreffen, d.w.z. voor die informatie die uitgaat van commissies, instellingen en organisaties die in deze gids zijn opgenomen.


LEGATEN

Wanneer u de kerk of de diaconie een bepaald bedrag wilt legateren, dient u dit bij notariële akte vast te laten leggen. In de akte dient te staan:

"Ik legateer in contanten, vrij van successierechten en van kosten op de afgifte vallende en uit te keren binnen zes maanden na mijn overlijden, aan de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Dordrecht, een som van... en aan de diaconie van deze kerk een som van..."

De mogelijkheid bestaat ook dat u het bedrag dat u de kerk zou willen legateren reeds bij leven schenkt (tot een bepaald bedrag vrij van schenkingsrecht). Dit kan ook bij notariële akte. Desgewenst kunt u bij notariële akte schenken onder de bepaling dat u het geschonken bedrag tot uw overlijden tegen de gangbare rentevoet schuldig blijft. In het jaar waarin u de schenking doet, hebt u recht op toepassing van de giftenregeling. De jaarlijks betaalde rente kunt u als persoonlijke verplichting van uw inkomen aftrekken.